Een ode aan de onschuld, de laatste zwaai (voor Mikaeil)

Met een rugzak vol dromen, een hart vol Omid

zwaait Mikaeil bij de poort, zoals hij elke ochtend deed.

Zijn moeder kijkt trots, haar Aziz, haar kind

terwijl hij huppelend zijn weg naar de klas vindt.

Zij ziet een toekomst, een weg naar het licht

met de glimlach van een Fereshteh op zijn gezicht.

Want een kind is een lied dat de wereld moet horen

een bron van puurheid, uit liefde geboren.

Zij zijn de bewakers van wat werkelijk telt

zonder de haat en het geweld.

Een kind is de morgen, de belofte, de kracht

het kleinste sterretje in de diepste nacht.

Hij zou gaan studeren, de wereld gaan zien

een leven vol liefde, een honderd of tien.

Maar de hemel werd grijs, de lucht werd van lood

toen de schaduw van barbaren de toekomst besloot.

Zij noemden het ‘vrijheid’, zij noemden het strijd

maar zij zaaiden slechts Dard, diepe rouw en verwijt.

Niet één keer, maar twee keer viel het vuur uit de lucht

omdat de hoop van Mikaeil verstommen moest, elke zucht.

De school werd een graf, de boeken verbrand

voor een kleine Pesar, in een geteisterd land.

Zijn toekomst begraven, de foto nu stil

tegen de waanzin van bommen en een wrede wil.

Slaap zacht, kleine ziel, in een tuin vol Gol

de wereld is koud, maar de hemel is vol.

Van kinderen die zwaaiden, een laatste groet

terwijl hun Madar nu huilt van bloed.

Mikaeil Mirdoraghi: De leerling uit groep 5 uit Iran is de verstilde schreeuw van de onschuld, een symbool voor de vertrapte mensenrechten en de duizenden dromen die begraven worden onder de as van een onwettige oorlog. 

Omid: Hoop.

Aziz: Geliefde.

Fereshteh: Engel.

Dard: Pijn.

Pesar: Jongen/zoon.

Gol: Bloem.

Madar: Moeder.

 

De verschrikkingen van de oorlog!

Blog overzicht