In vacatures voor topfuncties struikel je erover: de vraag naar natuurlijk gezag.
Het is een van die ronkende termen waar we in Nederland dol op lijken te zijn. Jarenlang heb ik naar die woorden gekeken en me afgevraagd waarom ze bij mij steevast een onbehaaglijk gevoel oproepen. Nu, na veertig jaar in het werkveld, begrijp ik het eindelijk. Natuurlijk gezag is een code. Een code is het ongeschreven protocol dat bepaalt wie erbij hoort en wie niet. Het is de taal van de incrowd. Ik heb die code nooit eigen kunnen maken. Lange tijd dacht ik dat dit een tekortkoming was, tot ik zag wat er gebeurt met degenen die de code wél feilloos spreken. Ik zie mannen én vrouwen die de status quo zo diep hebben geadopteerd dat ze hun menselijkheid ergens onderweg zijn kwijtgeraakt. Socioloog Pierre Bourdieu beschreef dit fenomeen al met zijn concept habitus: het bevestigt dat ongeschreven codes bepalen wie de top bereikt.
Ik zie het regelmatig gebeuren op die hoogste treden: daar waar autoritair gedrag tot strategie wordt verheven. Bij tegengas wordt de deur simpelweg dichtgegooid. Er worden geen vragen gesteld en de wil om de ander echt te begrijpen ontbreekt; in plaats van zelfreflectie regeert de onwrikbaarheid van het eigen gelijk. Wat in die ivoren toren wordt besloten is heilig, en wie twijfelt, wordt buitengesloten. Het meest schokkende is de instemming van de omgeving. Men ziet daar geen gebrek aan verbinding; men ziet enkel gezag.
Hier wringt de taalkundige schoen. We zijn macht gaan verwarren met gezag. Macht is goedkoop; het gaat over dwang, over intimidatie en over het de mond snoeren van kritiek. Deze vorm van onbeschoftheid is niets anders dan een instrument om macht te claimen waar het echte gezag ontbreekt. Iemand met gezag hoeft namelijk niet te intimideren of iemand met een kille beleefdheid de deur te wijzen. Zo’n geraffineerde vorm van macht jaagt kritische geesten weg, terwijl de rest zwijgend toekijkt omdat ze deze hardheid aanzien voor gezag. Een echt leider heeft het inhoudelijke fundament om tegengeluid niet alleen te verdragen, maar zelfs te gebruiken.
De baantjescarrousel draait echter op de brandstof van deze brute macht. Men zoekt geen vernieuwing, men zoekt herkenbaarheid. Men zoekt mensen die de code spreken, die de lijnen niet overschrijden en die de status quo bewaken als hun eigen kroonjuwelen. In die wereld wordt intellectuele luiheid, het weigeren om te luisteren, beloond als doortastendheid.
Dat ik die code na veertig jaar nog steeds niet spreek, zie ik inmiddels als een vorm van integriteit. Het betekent dat ik niet bereid ben geweest om over lijken te gaan voor een plekje aan de tafel van de middelmaat. Echt gezag heeft geen heilige woorden of verbale verbanning nodig. Het heeft karakter nodig. En zolang onze bestuurlijke laag liever kiest voor de veiligheid van de echoput dan voor de schuring van het echte debat, blijf ik die code met trots negeren.
Sommige cirkels zijn er namelijk niet om gesloten te worden, maar om te worden doorbroken.
Schilderij:
Napoleon steekt de Alpen over
Jacques-Louis David (1801)