Na veertig jaar in het vak leer je de signalen herkennen. Ooit werd ik benaderd door een gerenommeerd wervingsbureau voor de functie van gemeentesecretaris. In mijn naïviteit dacht ik: eindelijk een werving- en selectiebureau dat de afstand tot mensen weet te overbruggen! Ik zag een kans op echte vernieuwing, op inhoudelijke verandering.
De werkelijkheid was een stuk cynischer. Ik was geen kandidaat; ik was een instrument. Een instrument in een proces dat ik inmiddels herken als de code van de Ego-acquisitie.
In deze code draait het niet om het vinden van de beste persoon voor de opgave, maar om het veiligstellen van de zittende macht. De procedure is er vaak alleen voor de bühne. Men heeft allang een interim-figuur binnen zitten die de boel naar de hand zet, of men heeft onderhands al een keuze gemaakt. Om weerstand in de organisatie de mond te snoeren en de schijn van een transparante procedure hoog te houden, wordt er een schijnproces opgetuigd. Je wordt gebruikt als alibi om een vooraf beklonken deal te legitimeren. Sociologe Rosabeth Moss Kanter noemt dit homosociale reproductie: de neiging van machthebbers om mensen te selecteren die hun eigen sociale achtergrond en status weerspiegelen, waardoor het systeem zichzelf beschermt tegen echte verandering.
Maar Ego-acquisitie gaat verder. Het is de drijfveer achter de bestuurders die de mond vol hebben van diversiteit, maar als puntje bij paaltje komt, kiezen voor de Grote Naam met de vele titels. Niet omdat diegene de vernieuwing brengt die de organisatie nodig heeft, maar omdat de zittende leden zich willen spiegelen aan die status. Kijk eens wie er bij ons aan tafel zit.
Het is het verzamelen van mensen als trofeeën. Men kiest niet voor de schuring van het debat of de frisheid van een andere achtergrond, maar voor de glans van een bekend gezicht. Het is een vorm van intellectuele inteelt die vernieuwing in de kiem smoort. De status quo wordt niet uitgedaagd; hij wordt versierd.
Wanneer we kiezen voor ego-acquisitie boven inhoudelijk fundament, tekenen we voor de stilstand en een galerie van ijdelheid. En terwijl de incrowd elkaar feliciteert met de nieuwste aanwinst, blijft de werkelijke opgave van de organisatie verweesd achter. Want aan een tafel vol spiegels wordt nooit echt naar de buitenwereld gekeken.
Schilderij:
Allegorie van de ijdelheid
Jan Miense Molenaer (1633)