Het grote nationale hitteschild

En toch. Juist als je denkt dat de bodem is bereikt, wordt de vloeibare vrucht van het eigen onderbuikbrein niet eens helemaal omarmd door de hardwerkende vaderlander. Je koopt braaf een ticket, je trekt je jas aan, en sluit aan bij een bende fanatieke fakkeldragers. Samen luidkeels scanderen dat álle harigen over één kam moeten. Terwijl de kapper niet eens een tondeuse vasthoudt. Je bent er helemaal klaar voor. Maar dan. Er komt een journalist met een plopkap. Die vraagt simpelweg naar de biologische, Latijnse naam van het beestje dat je daar zo overtuigend staat na te bootsen. En plof. Het hele kaartenhuis stort in.

“Nou, dat vind ik lastig en dus echt een etiketje,” stamelde zo’n ogenschijnlijk brandschone en vredelievende demonstrante onlangs voor de camera.

Een etiketje? Welnee. Je weet donders goed welke bittere smaak er in die pot zit. Je staat daar met je brandende toorts tenslotte geen recepten voor oma’s appeltaart uit te wisselen. Waarom is het zo verdomd ingewikkeld om de zure vruchten van je eigen overtuiging te plukken? Als je dan toch met een driedubbele salto de morele afgrond in springt, neem dan tenminste de credits voor de landing. Wees gewoon een trotse zzp’er in je eigen ambacht.

Maar nee. De moderne hardrijder op de uiterst rechtse invoegstrook heeft een achterdeurtje gevonden: De gehuurde zondebok. Uiteraard met een strakke financial-lease constructie.

Kijk maar naar de buis. Bij de actualiteitenrubriek leggen ze het nog eens haarfijn uit. Ja hallo, de posterboy van de radicale jongerenafdeling heeft wortels in de rimboe van ver over de grens. Waar ze met olijfolie koken! Dus, zie je wel? Ons treft geen enkele blaam. Wij zijn brandschoon. We hebben de meningen van de ander simpelweg geleased als fiscaal aftrekbaar hitteschild. Handig om het eigen grote gelijk mee te bewijzen.

En dan die allernieuwste vondst op de markt van de morele claims. De ultieme afleidingsmanoeuvre. Tegenwoordig marcheren de strakke uniformen en de gecoördineerde pasjes weer vrolijk door onze winkelstraten. Luidkeels aangevoerd door een vurig trio van talkshow-diva’s die de choreografie strak in handen houden. Maar wee je gebeente als je daar iets van vindt. Dan ligt er direct een giftige e-mail in de inbox. Waarin met droge ogen wordt beweerd dat kritiek op deze dames pure vrouwenhaat is. Het is een geniale verdraaiing. Je promoot eigenhandig de totale uitsluiting, maar zodra iemand de vinger op de zere plek legt, kruip je diep in de slachtofferrol van de achtergestelde sekse. Alsof een dictator mag klagen over een gebrek aan rimpelcrème.

Het is de ultieme, gierende ironie van deze tijd. Zelfs voor het échte, ambachtelijke uitsluitingswerk zijn we tegenwoordig te beroerd geworden. Moeten die actieve import-collega’s nu ook al dat vuile werk voor ons gaan opknappen? Is er dan werkelijk geen enkele sector meer veilig voor de buitenlandse uitzendkracht? Zelfs de haatzaai-industrie wordt wegbezuinigd.

Als je die ambitie hebt, stroop dan verdomme zelf je mouwen op. Ga niet lafhartig schuilen achter de eerste de beste geleasede import-collega die toevallig ook een gloeiende pesthekel heeft aan zijn buren. Dat is niet alleen intellectueel armoedig. Het is vooral ontzettend lui. Als je besluit om de deur voor een ander hardhandig dicht te smijten, houd hem dan tenminste met je eigen designhakken tegen.

Schilderij: 

De Zoon des Mensen (Le Fils de l’homme) 

René Magritte (1946)

 

Slapen met mijn naam op hun lippen

Rumi in de barbecuetang

Blog overzicht