Guity Mohebbi is ervaren bestuurder, politiek wetenschapper en publicist. Ze is afkomstig uit Iran en reageert op de HJ Schoo-lezing door CDA-partijleider Henri Bontenbal. “Als u werkelijk inhoud wilt geven aan uw eigen woorden, stop dan met het zoeken naar de oorzaak van de maatschappelijke malaise bij migranten. Uw partij heeft de systemen gebouwd die de waarden waarvoor u zegt te staan, voor iedereen hebben afgebroken. Als u wilt weten hoe een gemeenschap functioneert die nog niet volledig is kapotgemaakt en vermarkt door het systeem, kijk dan naar de netwerken die “migranten” hier zelf noodgedwongen hebben opgebouwd. Leer van de Iraanse, en andere diverse gemeenschappen.”
Terwijl ik u deze brief schrijf, lig ik in een bed duizenden kilometers buiten de Nederlandse grens. Het is hier al donker en het enige licht komt van het scherm waarop ik met grote belangstelling kennis neem van uw HJ Schoo-lezing. Vanuit deze fysieke afstand kijk ik naar het land waar ik al ruim veertig jaar woon.
Als politicoloog/bestuurskundige fascineert politiek taalgebruik mij; als persoon met een Iraanse achtergrond bevind ik me tegelijkertijd midden in die storm. Ik val immers onder de containerterm “migrant”, de politieke verzamelnaam die inmiddels de schuld krijgt van nagenoeg alles wat misgaat of mis kan gaan in ons land. Na vier decennia zorgt de constante herhaling van dit narratief er simpelweg voor dat je eraan gewend raakt. Het is een soort achtergrondruis geworden waar ik niet eens meer op in wil gaan.
Waar ik vanuit mijn slapeloosheid wél op wil inzoomen, is uw specifieke uitspraak in de HJ Schoo-lezing: “Weerstand tegen migratie gaat over een verlangen naar gemeenschap, erkenning en geborgenheid.”
Als we dit soort grote, ronkende woorden geen concrete, beleidsmatige inhoud geven, heb ik geleerd, gaat iedereen er zelf betekenis aan geven. Dus laat mij die woorden eens politicologisch/bestuurskundig deconstrueren. Wat betekenen ze nou écht? Binnen de beleidswetenschappen is een gemeenschap een organisch, onvoorwaardelijk netwerk van onderlinge afhankelijkheid; een collectief waarin individuen elkaar steunen op basis van vertrouwen, zónder winstoogmerk. En geborgenheid is de psychologische staat waarin een mens zich veilig en geaccepteerd voelt door de groep, gevrijwaard van existentiële angst.
U gebruikt deze begrippen om de weerstand tegen migratie te verklaren via een mechanisme dat we in de politicologie “exclusieve solidariteit” noemen: het idee dat we de eigen groep alleen kunnen beschermen door “de buitenstaander” uit te sluiten. Maar wie bedreigt die waarden hier nu werkelijk?
Als Iraanse ben ik opgegroeid met dat diepe besef van gemeenschap. In de Iraanse cultuur bestaat het simpelweg niet dat je een naaste zomaar in een instelling stopt; we nemen onze ouders en familieleden in huis voordat we überhaupt aan een verzorgingstehuis denken. Wij dragen elkaar. Een gemeenschap betekent dat de deuren openstaan, dat er altijd plek is aan tafel. Het staat in schril contrast met de individualistische omgangsvormen die ik hier al decennia observeer: de bekende cultuur waarin de klok strikt wordt bewaakt en bezoek rond zes uur subtiel de deur wordt gewezen omdat de grens van de huiselijke kring heel strikt bij de eigen eettafel stopt.
Dus dat verlangen naar geborgenheid zal er onder uw definitie van Nederlanders absoluut zijn, maar de insinuatie dat dit verlangen bedreigd wordt door mensen die u “de migranten” noemt, is aantoonbaar onjuist. Wij, de migranten, bráchten die gemeenschapszin juist mee. Uit harde data van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) blijkt immers zwart-op-wit dat het informele zorgnetwerk en de bereidheid om voor familie te zorgen onder Nederlandse minderheidsgroepen, of zoals u het noemt onder “de migranten”, vele malen groter is dan het Nederlandse gemiddelde. De claim dat migranten de gemeenschapszin bedreigen, is bestuurskundig simpelweg onjuist.
Wanneer een AZC in Loosdrecht brandt of huizen in Engelen worden beklad, dan is dat bovendien niet het werk van “bezorgde burgers” die snakken naar geborgenheid. Dat is het werk van destructieve, gewelddadige groeperingen. Dit is geen “lelijk vandalisme”, het is puur extremisme. De suggestie dat juist die weerstand tegen migranten voortkomt uit een nobel verlangen naar gemeenschap, draait de werkelijkheid om, en dat weet u ook.
Hier stuiten we op de fundamentele paradox van het beleid waar uw eigen partij jarenlang aan heeft meegewerkt. De politiek heeft decennialang keuzes gemaakt die de samenleving systematisch hebben opgeknipt in losse eilandjes. Sinds de invoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) heeft de overheid onder het mom van de “participatiesamenleving” de professionele zorg uitgekleed: “zoek het zelf maar uit met je buren”. Tegelijkertijd dwingt het economische rendementsdenken tweeverdieners tot werkweken van 40 uur om de extreme woonlasten te betalen, tot hun 67e. Men bezuinigt kunst, cultuur en regionale buslijnen weg. Er is simpelweg geen tijd en ruimte meer overgelaten om een gemeenschap te zijn. Alles wat geen direct financieel rendement oplevert, moet kapot.
Paradoxaal genoeg krijgt dit ook zijn vertaling in hoe we in dit land met vluchtelingen omgaan. Ze mogen niet te lang in een AZC blijven en worden binnen het spreidingsbeleid continu van de ene naar de andere locatie verplaatst. Dit komt puur voort uit de bestuurlijke angst dat ze een relatie met een lokale gemeenschap opbouwen. Stel u eens voor dat ze vrienden maken, en dat burgers hen en hun vluchtverhaal écht leren kennen. Dat zou hen menselijk maken, en dat past niet in de beheersingsmodellen. Dit hebben de migranten niet veroorzaakt!
Laat me u schetsen wat deze kille politiek in de praktijk betekent. In de Nederlandse kranten lezen we regelmatig de tragische berichten over mensen die weken-, soms maandenlang eenzaam en dood in hun woning liggen, en pas door de buren worden ontdekt als het begint te stinken. Dat is de kille realiteit van een mislukte samenleving. In de Iraanse cultuur is dat ondenkbaar. Als een buurman of buurvrouw daar ziek is, komt de hele buurt in actie. Zonder dat je erom hoeft te vragen, doet de één boodschappen en kookt de ander soep. Men kijkt naar elkaar om.
In Nederland is samenkomen inmiddels bijna een bedreiging geworden. Alles waar het woord “gemeenschap” organisch bij zou kunnen ontstaan, wordt door de overheid onmogelijk gemaakt onder het mom van “veiligheid” of “overlast”. Zelfs de openbare zitbankjes in de parken en straten van steden als Amsterdam, Utrecht en Rotterdam zijn de afgelopen jaren herontworpen als vijandige architectuur (hostile architecture): bankjes met ijzeren tussenbeugels of stangen die puur bedoeld zijn om te voorkomen dat mensen écht fysiek dicht bij elkaar komen of dat een dakloze er beschutting zoekt. Samenkomen en rusten in de publieke ruimte worden door de staat gezien als een beheersingsrisico.
De overheid wil dat we functioneren als losse individuen die economisch productief zijn en consumeren, niet als een hecht collectief dat elkaar helpt zónder winstoogmerk. Want een autonome gemeenschap is lastig te besturen en te beheersen. Het past niet in de rendementsmodellen van de staat.
De emancipatie van het individu is compleet, maar men is daarmee losgezongen van grotere sociale verbanden. Alles wordt inmiddels ervaren als een persoonlijke aanslag op het ego: van de energietransitie tot milieumaatregelen. Die diepe ontevredenheid en existentiële eenzaamheid in nota bene een van de rijkste hoeken van de wereld voor de rijken wordt nu door behendige volksmenners misbruikt en gekanaliseerd richting uiterst radicale ideeën. Omdat de mens van nature een gemeenschapsdier is, het bloed kruipt waar het niet gaan kan, ontstaan er bij een gebrek aan gezonde dragers vanzelf ongezonde, radicale gemeenschappen. Tot in de Tweede Kamer aan toe.
Dus, geachte heer Bontenbal, als u werkelijk inhoud wilt geven aan uw eigen woorden, stop dan met het zoeken naar de oorzaak van de maatschappelijke malaise bij migranten. Uw partij heeft de systemen gebouwd die deze waarden voor iedereen hebben afgebroken. Als u wilt weten hoe een gemeenschap functioneert die nog niet volledig is kapotgemaakt en vermarkt door het systeem, kijk dan naar de netwerken die “migranten” hier zelf noodgedwongen hebben opgebouwd. Leer van de Iraanse, en andere diverse gemeenschappen. Dat vergt dat we door het interpersoonlijke wantrouwen heen bijten dat ons in dit systeem van jongs af aan wordt aangeleerd. Maar het is de enige manier om uw woorden “gemeenschap” en “geborgenheid” echt betekenis te geven.
Met vriendelijke groet,
De migrant
Deze column is ook verschenen op Nieuwwij.nl