Wanneer het gesprek aan de keukentafel of op sociale media schuurt over asielzoekerscentra, rolt er steevast één zin over het digitale asfalt: “Als je ze zo graag wilt helpen, neem er dan zelf één in huis.”
Dit is de ultieme Nederlandse retorische dooddoener. Een zin die wordt gelanceerd met de triomfantelijke blik van iemand die zojuist een schaakmat heeft uitgedacht. Maar wie de moeite neemt om door de agressie van die uitspraak heen te kijken, ziet de blauwdruk van een diepe morele en systemische crisis. Het is de totale privatisering van onze beschaving.
De neoliberale truc
De uitspraak “neem er zelf één in huis” is de ultieme neoliberale truc. Het verschuift een collectieve, wettelijke plicht van de rechtsstaat naar een individuele morele “hobby”. Het reduceert universele mensenrechten tot een kwestie van persoonlijke liefdadigheid.
Het is een absurde omkering van hoe een zogenaamde beschaafde samenleving hoort te functioneren. Het is alsof je tegen iemand die pleit voor beter onderwijs of fatsoenlijke gezondheidszorg zegt: “Ga dan zelf voor de klas staan” of “Opereer die buurman dan zelf op je keukentafel.” We hebben in dit land instanties opgericht omdat opvang, zorg en onderwijs professionele, infrastructurele taken zijn. Ze horen bij een “functionerende democratie”. Door de verantwoordelijkheid bij de individuele burger te leggen, ontslaat het establishment zichzelf van de plicht om te besturen.
De kille norm bij de apotheek en op de werkvloer
Maar deze crisis gaat allang niet meer alleen over vluchtelingen. Dit gaat over ons. Over het failliet van onze eigen menselijkheid in een hyper-individualistische en eenzame samenleving. De kilte die de vluchteling aan de grens ontmoet, is exact dezelfde kilte die de burger dagelijks ervaart bij de instituties die ons zouden moeten beschermen.
We zien het aan de balie van de apotheek. Door doorgeslagen marktwerking en het kille inkoopbeleid van zorgverzekeraars zijn er jaarlijks meer dan 1.100 hardnekkige medicijntekorten. Ruim 3,5 miljoen Nederlanders, oftewel één op de drie medicijngebruikers, ondervinden hier direct de stressvolle gevolgen van. Patiënten worden als lastige klanten behandeld en moeten constant wisselen van merk, simpelweg omdat de goedkoopste optie leidend is.
We zien het ook op de werkvloer. Inmiddels kampt gemiddeld 19% tot 23% van alle Nederlandse werknemers met burn-outklachten. Dat betekent dat ruim 1,6 miljoen mensen emotioneel uitgeput thuiszitten of dreigen om te vallen. De reactie van het systeem? De schuld privatiseren. In plaats van de structurele werkdruk aan te pakken, sturen werkgevers werknemers naar een individuele “veerkrachttraining”of “mindfulness-coach”. Als je omvalt, ligt dat immers aan jóúw gebrek aan weerbaarheid, niet aan het falende productiesysteem. Overal trekt het systeem de handen van ons af. Het dwingt ons tot een permanent gevecht om overleving, waarin voor de ander simpelweg geen ruimte meer is.
De reductie van de mens
Hannah Arendt schreef in haar analyse van de rechteloze mens dat ieder individu recht heeft op een formele, autonome plek in de samenleving: het “recht om rechten te hebben”. De uitspraak “neem er zelf één in huis” doet precies het tegenovergestelde. Het ontneemt de mens zijn waardigheid en reduceert hem tot een object, een “pakketje” of een huisdier dat je al dan niet in je woning kunt plaatsen. Het suggereert dat veiligheid en bestaanszekerheid afhankelijk moeten zijn van de gratie en de leefruimte van een particuliere burger, in plaats van een onvervreemdbaar recht.
Tegelijkertijd functioneert de opmerking als een cynische bliksemafleider. Zolang wij met elkaar ruziën over de vraag of de grens van onze empathie bij de voordeur stopt, hoeven we het niet te hebben over de werkelijke oorzaken van de crisis. Dan hoeven we niet te praten over de manier waarop de overheid de opvangketen in Ter Apel bewust laat vastlopen om een politiek signaal af te geven. Dan hoeven we niet te praten over hoe het woningtekort politiek is gecreëerd door jarenlang neoliberaal beleid, of over de fossiele subsidies en handelsverdragen waarmee we elders de wereld ontwrichten.
Onze dodelijke onschuld
We houden hardnekkig vast aan het zelfbeeld van een tolerant, gidsend en humaan land. Maar de realiteit is dat we gevangen zitten in wat schrijver James Baldwin een “dodelijke onschuld” noemde. We willen wel de vruchten plukken van een wereldwijd systeem van uitbuiting en marktwerking, maar onze handen schoonhouden.
De eis dat we het onrecht maar individueel in onze eigen logeerkamer moeten oplossen, is de ultieme chantage. Het dwingt de burger tot machteloosheid en stilte. Ondertussen kijken we weg van de systemische kilte die ons allemaal langzaam uitholt. Het resultaat is een samenleving die blinkt van zelfgenoegzaamheid, maar van binnen volledig is bevroren.
Schilderij:
De Schipbreuk van de Hoop / Das Eismeer (1823–1824)
Caspar David Friedrich