Het spiegelpaleis van de toeschouwer

Ik sta hier voor een vreemde badkamerspiegel, ver weg van de vertrouwde polders, en poets mijn tanden terwijl ik op mijn telefoonscherm de nieuwste berichten uit Nederland scrol. In gedachten oefen ik alvast de woorden Niet in mijn naam. Het voelt als een warme douche voor de ziel. Een moreel vrijbriefje waarmee ik van een veilige afstand de gure wind die door het thuisfront waait van me af kan schudden. Met die vier woorden snijd ik mezelf los van de haatcampagnes tegen asielzoekers en de politieke uitsluiting. Ik ben de beschaafde, progressieve burger. Ik hoor bij de goeden.

Maar als ik in mijn eigen ogen kijk, blijft de bezwering in mijn keel steken. De fysieke afstand creëert geen morele zuiverheid; het werpt juist een meedogenloos vogelperspectief op het spiegelpaleis dat we thuis hebben opgetrokken. Want tegen wie lieg ik hier eigenlijk?

Het is tijd voor een autopsie op ons eigen zelfbeeld. Fascisme en institutionele uitsluiting vallen niet zomaar uit de lucht. Ze landen niet in een vacuüm. Ze groeien omdat het maatschappelijke midden de bodem voedt. En die bodem, dat ben ik. Dat is de werkvloer waar ik na mijn terugkeer weer opsta, de vergaderzaal waar ik voor mijn vertrek nog zat.

Mijn medeplichtigheid is niet abstract; ze is pijnlijk concreet. Het is die sollicitatiecommissie waarin wéér een kandidaat wordt aangenomen die naadloos aansluit bij de status quo. Iemand die dezelfde privileges deelt, dezelfde taal spreekt, en de gevestigde macht geen strobreed in de weg legt. En wat deed ik? Geen hond die een kik gaf. Ik knikte braaf, want het paste zo goed binnen de cultuur. Het is die lunchtafel waar een collega onheus wordt bejegend, waar subtiele uitsluiting klein en alledaags begint, en ik mijn mond hield. Voor de goede vrede. Voor de sfeer. Voor mijn eigen carrière.

De Franse filosoof Michel Foucault beschreef dit mechanisme perfect met zijn concept van micro-macht. Macht en onderdrukking zijn volgens Foucault geen zaken die enkel top-down vanuit een overheid worden opgelegd. Ze zitten verankerd in de haarvaten van onze dagelijkse instituties: de fabriek, de school, het kantoor. De status quo reproduceert zichzelf via onze alledaagse handelingen en ons stilzwijgen. Als wij zwijgen wanneer de veilige, homogene keuze wordt gemaakt, of wanneer een minderheid subtiel wordt weggedrukt, functioneren wij als de onzichtbare tandwielen van het uitsluitingssysteem.

De Italiaanse denker Antonio Gramsci noemde dit culturele hegemonie. Een heersende klasse regeert niet alleen met fysieke macht, maar door haar waarden zo diep in de samenleving te verankeren dat ze als “normaal” en “gezond verstand” worden gezien. Wanneer wij op kantoor de voorkeur geven aan de “veilige” kandidaat die de status quo beschermt, voeren wij Gramsci’s hegemonie uit. We hebben de neoliberale kooi zo comfortabel ingericht dat we de tralies zijn gaan verdedigen als professionaliteit. We verwarren de keuze tussen vooraf goedgekeurde, gecureerde opties met daadwerkelijke vrijheid en diversiteit.

Hannah Arendt legde in The Origins of Totalitarianism de vinger op de zere plek: het totalitarisme floreert bij de gratie van de bystander,  de toeschouwer die weigert te handelen. De vluchteling of de gemarginaliseerde collega is de lakmoesproef voor de democratie omdat zij geen politieke macht bezitten. Als wij toekijken hoe zij onheus worden bejegend en onze mond houden, plegen we wat Arendt later omschreef als het opgeven van ons morele oordeelsvermogen. We besteden ons geweten uit aan HR-procedures of managementlagen, zodat we zelf geen risico hoeven te lopen.

Historicus Ibram X. Kendi stelt in zijn werk over structureel racisme dat neutraliteit niet bestaat. Je bent óf de status quo aan het beschermen en reproduceren, óf je bent deze actief aan het afbreken. Er is geen comfortabel middenpad. “Niet in mijn naam” roepen vanaf een digitaal platform, terwijl je op de werkvloer zwijgt om je eigen positie te beschermen, is een performatieve daad. Het is merkbescherming van je eigen morele superioriteit. Het is de weigering om te zien dat de macro-politieke uitsluiting waar ik nu van een afstand op neerkijk, de logische optelsom is van onze micro-lafheid op de werkvloer.

Zoals de Amerikaanse filosoof Noam Chomsky betoogt, zijn we de meest gepropagandeerde bevolking uit de geschiedenis, juist omdat we heilig geloven in ons eigen vrije denken. We gebruiken onze toegang tot zeeën van informatie slechts als een spiegelpaleis om ons eigen morele gelijk te bevestigen, terwijl we in de praktijk de uitbuiting en uitsluiting rationaliseren. Het ontbreken van een sociaal vangnet of het accepteren van toxische werkomstandigheden noemen we veerkracht of de realiteit van hardwerkenden.

De zwaarste strijd is niet die tegen de schreeuwers in het parlement. De zwaarste strijd is het gevecht met de versie van onszelf die dit systeem zorgvuldig in ons heeft opgetrokken. De meest zwaarst bewaakte grens ter wereld ligt niet bij de buitengrenzen van Europa. Hij ligt op kantoor, in de vergaderzaal, en uiteindelijk in deze badkamer, duizenden kilometers verderop. Tussen de persoon in de spiegel en de keiharde waarheid over hoe we hier, gevangen in ons eigen spiegelpaleis, samen zijn beland.

Schilderij: 

The Eavesdropper (De Luistervink)

Nicolaes Maes (1655)

De poetsers van de macht

Van de apotheek tot Ter Apel, neem er zelf één...

Blog overzicht