Hij staat in zijn voortuin, met zijn handen diep in de zakken van een driekwartbroek. Zijn blik rust op de straat. Niet zomaar een blik, maar de soevereine blik van een landheer die zijn landerijen inspecteert. Zijn huid heeft de exacte kleur van een tartaartje dat net iets te lang in de zon heeft gelegen. Zijn stamboom, zo vermoedt hij, loopt in één rechte, ononderbroken lijn terug naar een prehistorische veenarbeider die destijds al met een diepe zucht klaagde over het weer. Hij voelt het aan zijn water: hij is de bewaker van het soevereine postzegeltje.
Het is het hardnekkige idee dat de kosmos speciaal voor hem een blauwdruk heeft klaargelegd, simpelweg omdat zijn voorouders driehonderd jaar lang weigerden buiten een straal van twintig kilometer te trouwen. Het bezit van een bleke snuit en een achternaam zonder accenten wordt door hem beleefd als een soort kosmische adelbrief; een spiritueel lidmaatschap van een heel exclusieve club waarvan hij zelf de regels mag verzinnen.
Rumi schreef ooit: Luister naar de herinnering van de ziel aan haar thuis. Maar de herinnering van de ziel van onze landheer reikt helaas niet veel verder dan zijn gemeentegrens.
Het mooiste is de blinde overtuiging dat Rembrandtiaans meesterschap blijkbaar overdraagbaar is via de grondwaterstand. Hij kijkt naar een replica van een Rembrandt aan de muur en denkt: ja, dat hebben wij toch maar mooi geflikt. Alsof het talent van de meesterschilder destijds via de polderlucht rechtstreeks in zijn eigen DNA is neergedaald. Terwijl zijn eigen creatieve hoogtepunt van de afgelopen tien jaar bestaat uit het waterpas ophangen van een vogelvoederhuisje.
Er is een intellectuele stilstand; een hardnekkig gebrek aan wil of nieuwsgierigheid om over de schutting te kijken. Dus wordt de grens streng bewaakt. Je ziet de kortsluiting in de ogen live ontstaan zodra er iemand de straat in fietst met een net iets te soepele heupwieg of een huid die wél bestand is tegen de zon. De blik bevriest. De barbecuetang wordt steviger omklemd. Want stel je voor dat je die ingebeelde status van gecertificeerd Oer-product moet delen. Stel je voor dat identiteit niet iets is wat je gratis krijgt bij je geboorte, maar iets wat je zelf moet opbouwen door middel van… tja, persoonlijkheid, nieuwsgierigheid en daadwerkelijke bijdrage aan de wereld.
Dat zou natuurlijk doodeng zijn. Eeuwen geleden merkte de dichter Saadi al op dat alle menselijke wezens ledematen zijn van hetzelfde lichaam, geschapen uit één essentie. Maar probeer dat maar eens uit te leggen aan iemand die live kortsluiting krijgt zodra er een nieuwe smaak in de straat komt wonen. Want als je die denkbeeldige scepter weghaalt die je hebt gekregen omdat je moeders wieg toevallig op de juiste coördinaten stond, blijft er bar weinig over. Dan ben je ineens geen bewaker van de beschaving meer, maar gewoon een man die op zaterdagmiddag met een hogedrukreiniger zijn tegels staat te terroriseren om de leegte te verdrijven.
Het is werkelijk om te gieren. De absolute overtuiging dat jij de hoofdrolspeler bent in de film, puur omdat je al heel lang tussen de decorstukken woont. Terwijl de rest van de wereld allang begrijpt dat we hier gewoon allemaal figuranten zijn in een regenachtige rivierdelta. Dus blijf vooral dapper de grens bewaken tussen de schutting en de buxusheg. Koester die kosmische adelbrief. Want als dít de felbegeerde hoofdprijs is, een leven lang krampachtig waken over een vogelvoederhuisje en een tartaar kleurige tint, dan is jouw club simpelweg te treurig om lid van te willen worden.
Schilderij: Jeronimus Tonneman en zijn zoon (ook bekend als De Dilettanten)
Cornelis Troost (1736)