Kijk naar de selfie die Sagal Abdi-Wali maakte op maandag 12 oktober 2026. Een moment vastgelegd in een glimlach: het eerste Britse parlementslid van Somalische afkomst, beëdigd in het Lagerhuis voor de zetel Holborn en St Pancras. Wat daarop online volgde, laat zich raden.
De voorspelbare lawine van online rancune, de digitale variant van “beschaafde” dames en heren die met racistische bloemen strooien, we kennen het patroon inmiddels zo goed dat het reageren erop louter vermoeidheid opwekt. Laten we die reflexmatige, gedachteloze achterhoedegevechten links liggen. De échte frictie zit ergens anders.
Die zit in de reactie van de Britse premier Andy Burnham. In het Lagerhuis opende hij de felicitaties met de ronkende woorden:
“What a journey from child refugee to parliament and what a country, that this story of hope could happen here.”
Het is een zin die warm en genereus klinkt. Een tekstboek-voorbeeld van politiek sentiment. Maar wie met een analytische blik naar deze woorden kijkt, ziet hoe pijnlijk ze eigenlijk zijn. In feite viert de premier hier niet het succes van Abdi-Wali; hij feliciteert de gevestigde orde met zichzelf. Het narratief van de “child refugee” die door puur doorzettingsvermogen de top bereikt, dient als een moreel schild voor het land. Kijk ons eens een “land van hoop” zijn, is de subtekst.
Wanneer een politiek leider de nadruk legt op de uitzonderlijkheid van iemands reis van vluchtelingenkamp naar parlement, reduceert hij een structurele werkelijkheid tot een individueel sprookje. Het impliceert dat het bereiken van een machtspositie voor iemand met die achtergrond een soort wonder is, een anomalie die alleen kan plaatsvinden bij gratie van de “grootmoedigheid van het gastland”.
In zijn kritiek op de westerse prestatiesamenleving schrijft de politiek filosoof Michael Sandel in The Tyranny of Merit:
“De meritocratie moraliseert succes. Het kweekt een onuitstaanbare hoogmoed bij de winnaars, die geloven dat hun succes louter hun eigen verdienste is, terwijl het de achterblijvers vernedert.”
Toegepast op dit politieke toneelstuk: het establishment gebruikt Abdi-Wali als het ultieme bewijs dat het systeem “werkt”. De premier eigent zich haar overwinning toe om het morele gelijk van de staat te bewijzen. De impliciete boodschap is even arrogant als vals: als zij het kan, ligt het aan de rest zelf dat ze er niet zitten.
Ik ken die blik. Als vluchteling zie ik diezelfde reflex telkens wanneer men naar mijn cv kijkt. “Goh, knap!” klinkt het dan steevast. Het is een compliment dat vleiend bedoeld is, maar dat de plank volledig misslaat. Want die bewondering maskert de vijf jaar van mijn leven die ik puur door de stroperigheid en uitsluiting van datzelfde systeem ben kwijtgeraakt. Het is de micro-variant van de premier in het Lagerhuis: een gevestigde orde die applaudisseert voor een individuele prestatie, om maar niet te hoeven praten over de institutionele barrières die ze zelf in stand houdt.
De absurdistische realiteit van dit soort “emancipatie-retoriek” doet denken aan een regering die dolblij is dat het systeem na dertig jaar intensief haperen per ongeluk toch één minderheid heeft doorgelaten: ‘Kijk ons eens functioneren. Van harte met ons! We hebben het institutionele glazen plafond niet vervangen, maar we vieren vandaag wel dat iemand er hard genoeg met haar hoofd tegenaan heeft gebukt om erdoorheen te bloeden.’
Die zogenaamde felicitatie legt bloot dat we er, na decennia van migratiehistorie, blijkbaar nog steeds niet in zijn geslaagd om gelijke kansen zo in te richten dat deze carrières vanzelfsprekend zijn. Sociologen noemen dit fenomeen “substantiële uitsluiting”: het proces waarbij minderheden incidenteel wel toegang krijgen tot de symbolische top, maar waarbij de onderliggende structuren van de instituten onveranderd gesloten blijven.
Als de instituten werkelijk open en inclusief waren, zou de reis van Abdi-Wali geen “verhaal van hoop” zijn dat het land mag claimen als een trofee. Dan was het simpelweg het logische resultaat van talent dat een gelijkwaardige ruimte heeft gekregen. Dit is geen felicitatie; dit is een diepe schaamte die zich vermomt als nationale trots.
De quote over de “reis van kindvluchteling naar het parlement” is daarmee het ultieme symptoom van de huidige tijdgeest. Het toont een politieke klasse die fundamenteel onmachtig is om diversiteit te zien als een voldongen, alledaagse realiteit. Zolang we de emancipatie van groepen blijven framen als een inspirerend, eenmalig kerstverhaal, maskeren we het feit dat de deur naar de macht voor de rest nog altijd angstvallig dicht blijft.
De selfie van Sagal Abdi-Wali in 2026 toont een krachtige, autonome vrouw die haar plek heeft opgeëist. De reactie van de premier toont helaas een politiek bestel dat nog altijd verbaasd is dat ze überhaupt is binnengelaten.