In de wandelgangen van de macht valt de term te pas en te onpas: men zoekt een zwaargewicht. Het klinkt indrukwekkend, als een belofte van stabiliteit en wijsheid. Maar na veertig jaar de mechanismen van de top te hebben geobserveerd, stel ik mezelf de vraag: waarin wordt dat gewicht eigenlijk gemeten? Is het de diepgang van het karakter, of is het slechts de massa van de verzamelde titels?
In de wereld van de onzichtbare codes is een zwaargewicht zelden iemand die werkelijk iets komt veranderen. Sterker nog, het gewicht dient een heel ander doel: het dient om de status quo op zijn plek te houden. Een code-zwaargewicht is iemand die de ruimte vult met de echo van eerdere functies, prestigieuze commissariaten en een cv dat leest als een inventarislijst van de gevestigde orde. Socioloog Paul DiMaggio beschrijft dit als institutional maintenance: het proces waarbij invloedrijke figuren hun gewicht niet gebruiken voor innovatie, maar om de bestaande structuren en privileges te beschermen tegen elke vorm van schuring.
Men zoekt geen vernieuwer; men zoekt iemand die zo zwaar in het pluche zit, dat de boot onmogelijk nog kan wankelen. Hier wordt senioriteit verward met wijsheid. Natuurlijk zijn vlieguren waardevol, maar in deze code wordt de klappen van de zweep kennen vaak een eufemisme voor het beheersen van de kunst van het meebewegen. Ware senioriteit is geen eindstation van verworven rechten, maar een morele verplichting om juist nu de lastige vragen te blijven stellen. Een zwaargewicht wordt geacht rust te brengen. Maar in de praktijk betekent die rust vaak het vakkundig smoren van kritiek door simpelweg de eigen status in de strijd te werpen. Ik heb dit vaker gezien, is dan het schild waarmee de noodzaak tot werkelijke zelfreflectie wordt afgeweerd.
Het is de paradox van de bestuurskamer: we huren zwaargewichten in voor hun zogenaamde impact, maar we gebruiken ze als ballast om de koers vooral niet te hoeven wijzigen. Het resultaat is een vorm van bestuurlijke starheid. Het gewicht zit aan de buitenkant, in de titels, de grijze slapen en de ronkende introducties, terwijl de binnenkant vaak een holle huls is, verstoken van de moed om echt door te vragen.
Echt gezag heeft geen behoefte aan dit soort kunstmatig gewicht. Echt gezag heeft ankerkracht. Een anker is niet zwaar om de beweging tegen te gaan, maar om de koers te bewaken wanneer het stormt. Ankerkracht komt voort uit een inhoudelijk fundament, uit de integriteit om nee te zeggen tegen de incrowd en uit het karakter om de schuring op te zoeken in plaats van de rust te bewaren.
Zolang we blijven zoeken naar zwaargewichten om onze galerie van ijdelheid te vullen, kiezen we voor stilstand onder het mom van degelijkheid. Het is tijd dat we gewicht niet langer meten in titels, maar in de bereidheid om de status quo niet vast te houden, maar juist in beweging te brengen.
Schilderij:Â
Portret van een man
Frans Hals, schilderde talloze portretten van vooraanstaande burgers (1657)Â