Er bestaat een hardnekkige, bijna sentimentele mythe dat vrouwen inherent vredelievend zijn. We willen geloven dat hun vermogen om leven te geven hen immuun maakt voor de kille logica van uitsluiting en geweld. Maar de geschiedenis vertelt een ongemakkelijk verhaal. De vrouw binnen het fascisme is geen passieve toeschouwer of louter slachtoffer van mannelijke ideologie; zij is vaak de actieve bewaarder van de poort.
De handel in bescherming
In fascistische ideologieën wordt de vrouw op een voetstuk geplaatst als de Heilige Moeder van de natie. Hoewel critici vaak aanvoeren dat deze vrouwen simpelweg slachtoffer zijn van patriarchale hersenspoeling, wijst Andrea Dworkin in Right-Wing Women op een veel actievere dynamiek. Zij stelt dat veel vrouwen hun autonomie niet per ongeluk verliezen, maar deze strategisch inruilen voor een belofte van bescherming tegen mannelijk geweld.
Dit is geen passieve overgave, maar een politieke ruilhandel. Ze worden de voetsoldaten van het patriarchaat: ze poetsen hun eigen ketenen op, zolang die ketenen hen maar onderscheiden van de ander die geen bescherming verdient. Deze vrouwen eisen veiligheid voor hun eigen wieg, terwijl ze de morele rechtvaardiging bieden om de wieg van de ander onbeschermd te laten.
De lokroep van status en de ‘Tradwife’
Het succes van extreemrechts leunt zwaar op het feit dat privilege vaak zwaarder weegt dan sekse-solidariteit. Elizabeth Gillespie McRae laat in Mothers of Massive Resistance zien dat vrouwen niet slechts volgers waren, maar de constante hoveniers van segregatie. Vandaag de dag zien we deze dynamiek terug in de opkomst van de tradwives. Op sociale media presenteren zij een esthetisch ideaal van onderwerping aan het aanrecht, maar achter de pastelkleurige filters schuilt een radicale ideologie die uitsluiting normaliseert onder het mom van traditie.
Hier wordt de kern van het probleem zichtbaar: macht is een verleidelijk gif dat ook degenen in de marges kan infecteren. Wanneer vrouwen de vooroordelen van de status quo overnemen om hun eigen positie te stabiliseren, plegen zij horizontaal geweld. Dit is de tragische poging om veiligheid te kopen door de ander, die nog net iets lager op de ladder staat, te dehumaniseren. Zoals de Sociale Identiteitstheorie van Tajfel & Turner en het werk van Frantz Fanon over geïnternaliseerde onderdrukking aantonen, is de bereidheid om te onderdrukken niet gebonden aan één achtergrond; het is een universele menselijke reactie op machtsstructuren waarbij men kiest voor de afgeleide status van de dominante groep boven de risicovolle solidariteit met de onderdrukten.
De hel van de conformiteit
Vaak wordt gesteld dat vrouwen in repressieve systemen geen keuze hebben. Madeleine Albright waarschuwde voor een speciale plek in de hel voor vrouwen die elkaar niet helpen, maar in de context van extreemrechts wordt deze sociale druk juist ingezet voor conformiteit. Wie de solidariteit met de eigen superieure groep verbreekt om de hand te reiken naar de onderdrukte ander, belandt in een sociale hel.
Critici zullen aanvoeren dat de pijlen gericht moeten worden op de mannen die deze systemen ontwierpen. Maar deze visie is een vorm van intellectueel paternalisme. Zoals Simone de Beauvoir in De Tweede Sekse analyseerde, is de vrouw vaak een medeplichtige aan haar eigen onderdrukking omdat zij de voordelen van een ondergeschikte status verkiest boven de risico’s van volledige vrijheid. We moeten vrouwen het recht geven om moreel te falen. Haar medeplichtigheid is geen psychologisch defect, maar een bewuste politieke keuze voor de eigen status boven de universele menselijkheid.
Femonationalisme: Intersectioneel of Bullshit
Hier ligt de grens voor elk eerlijk feminisme. Sociologe Sara Farris beschrijft in haar werk over femonationalisme hoe vrouwenrechten schaamteloos worden gekaapt om racistische standpunten te legitimeren; men claimt de vrouw te willen bevrijden, maar enkel om een andere groep uit te sluiten. Als jouw bevrijding de onderdrukking van een ander vereist, dan ben je geen feminist, maar een opportunist. Zoals Kimberlé Crenshaw ons leert: een analyse die niet intersectioneel is, is blind voor hoe vrouwen zelf onderdrukker kunnen zijn.
De radicale activist Florynce Kennedy zei het treffend: Niet alle onderdrukten zijn elkaars bondgenoten, maar alle onderdrukkers wel. Vrouwen die meewerken aan fascistische structuren zijn de bondgenoten van het patriarchaat. Zij gebruiken de retoriek van vrouwelijke kwetsbaarheid om een systeem in stand te houden dat de menselijkheid van anderen vernietigt.
De rekening
We moeten stoppen met het verschuilen achter vrouwelijke onschuld. De vrouw die roept om bescherming als rechtvaardiging voor uitsluiting, is een bewuste politieke actor. Het is tijd voor feminisme dat niet alleen glazen plafonds wil breken, maar ook de muren die wij zelf hebben gebouwd om onze privileges te beschermen. Want een feminisme dat de machtsstructuren van uitsluiting ongemoeid laat om de eigen positie te consolideren, is simpelweg bullshit.
Schilderij:Â
The Policeman’s DaughterÂ
Paula Rego (1987)