Ik had me eigenlijk voorgenomen om niet meer te reageren op al die “both sides”-reflecties en recycleurs van “je moet wel in gesprek blijven”. Vooral niet als ze komen van mensen die categorisch weigeren de status quo en diepgewortelde machtsstructuren te doorgronden en in de spiegel te kijken. Want hoezo moet ik in gesprek blijven met een openlijke racist die zijn bestaansrecht nota bene te danken heeft aan de haat tegen mensen zoals ik?
Hoe kun je van mij verwachten dat ik de oprechte onveiligheid die ik bij deze mensen voel, de confrontatie met hun verbale en non-verbale geweld en beledigingen, simpelweg negeer? Wat blijft er dan nog van mij over? We kijken naar mensen die live op onze beeldschermen, recht in de camera, oproepen tot geweld. En dat in een samenleving die dit niet langer normeert, maar het juist salonfähig heeft gemaakt aan de keukentafel.
En toch is dit precies waar het wringt. Want de maatschappij verpakt deze aanval op onze menselijke waardigheid maar al te graag in een giftig taalkundig jasje.
“Aan beide kanten.” Het klinkt zo redelijk. Zo genuanceerd. Zo… eerlijk. Maar in de praktijk is de term “beide kanten” vaak het gevaarlijkste schild dat er bestaat. Het is de ultieme manier om context te vernietigen onder de dekmantel van onpartijdigheid.
Wanneer we een situatie waarin sprake is van een gigantische machtsbalans, een onderdrukker en een onderdrukte, een agressor en een verdediger, platslaan tot een symmetrisch conflict, plegen we een retorische misdaad. Want als beide kanten even schuldig zijn, is er geen agressor. Als er geen agressor is, is er geen slachtoffer. En zonder slachtoffer verdwijnt de noodzaak tot verantwoording. Het dwingt slachtoffers om aan tafel te zitten met hun eigen onderdrukkers, onder het mom van “dialoog”.
Waarom trapt de massa hier zo snel in? De Amerikaanse senator Daniel Patrick Moynihan zei ooit: Iedereen heeft recht op zijn eigen mening, maar niet op zijn eigen feiten.
Toch is dat precies wat er gebeurt bij wat wetenschappers valse equivalentie of bothsidesism noemen. Uit onderzoek van psycholoog David Rapp blijkt dat wanneer media of autoriteiten twee standpunten als gelijkwaardig presenteren, het publiek automatisch aanneemt dat de feiten ook ergens in het midden liggen. Ons brein kiest instinctief de weg van de minste weerstand: het gelijkschakelen van schuld voelt veiliger dan positie kiezen tegen onrecht.
In de politicologie en mediawetenschappen wordt dit ook wel false balance genoemd. Het is de angst van de gevestigde orde om voor “partijdig” te worden versleten. Historicus Timothy Snyder noemt deze vorm van journalistiek onomwonden zelfmoord voor de democratie. Volgens Snyder geef je de partij die het systeem misbruikt, of de agressor die live op tv haat zaait, automatisch een voordeel zodra je diens legitimiteit gelijkstelt aan die van de mensen die worden aangevallen. Je deelt immers je morele platform met hen. Je normaliseert hun geweld.
Stel je voor: iemand breekt midden in de nacht in bij jouw huis. Er ontstaat een vechtpartij. De politie komt binnen en schrijft in het rapport: Er is sprake van fysiek geweld aan beide kanten.
Technisch gezien klopt dat. Er zijn klappen over en weer gegaan. Maar moreel en feitelijk is het een absurde conclusie. De inbreker en de bewoner die zijn gezin verdedigt, plegen niet dezelfde daad. Het negeren van wie de drempel overstapte en wiens grenzen van menselijkheid en menselijke waardigheid werden geschonden, is geen neutraliteit. Het is medeplichtigheid.
Wanneer een conflict of een maatschappelijke structuur gekenmerkt wordt door muren, checkpoints, systemisch racisme en decennia aan onderdrukking, dan is “beide kanten” een bewuste poging om de geschiedenis uit te gummen. Het reduceert een asymmetrische realiteit tot een overzichtelijk, maar fictief bordspel waarin iedereen zogenaamd met gelijke fiches begint.
Het opeisen van een neutraal middenveld is een luxe van de buitenstaander. Van de persoon wiens kinderen ’s nachts wel veilig zijn en wiens menselijkheid nooit ter discussie staat. Het stelt mensen in staat om hun handen te wassen in onschuld zonder dat ze zich hoeven te verdiepen in de wortels van het onrecht en de diepe onveiligheid van de ander.
Als we weigeren de agressor en de racist te benoemen omdat die waarheid ons politiek of sociaal ongemakkelijk maakt, verschuilen we ons achter de taal van de nuance. Maar echte nuance betekent niet dat je de weegschaal kunstmatig in evenwicht houdt wanneer het gewicht van het onrecht zwaar naar één kant doorslaat.
“Beide kanten” is de capitulatie van de moraliteit. Het is het eindpunt van de waarheid.
Schilderij:
Interrogation (1981)
Leon Golub