Stel je voor dat het doodstil is, op één geluid na. Een luid, mechanisch gesnurk dat door een luidspreker een kamer in wordt gepompt. Het is het geluid van een lichaam dat weigert op te geven, terwijl het volgegoten is met gif.
Gisterenavond zat een handjevol journalisten en nabestaanden achter het dikke glas van de executieruimte in Tennessee. Ze dachten dat ze getuige zouden zijn van een klinische, bijna medische procedure. Een spuitje, een zucht, de rust. In plaats daarvan hoorden ze de 50-jarige Christa Pike door de microfoons kreunen. Ze hoorden haar vragen of het normaal was dat het zo brandde en zo vreselijk pijn deed. Ze zagen hoe de beulen, gewone cipiers in uniform, vaders met gezinnen, in paniek raakten toen de eerste dosis pentobarbital niet werkte. Ze zagen hoe de gordijnen haastig werden dichtgeschoven. En weer open. En weer dicht.
Achter dat gordijn voltrok zich een amateuristische marteling.
Als mens kun je hier niet naar kijken zonder dat je maag omdraait, aan welke kant van het glas je ook staat. Dit gaat allang niet meer over politiek of de vraag of Pike de doodstraf verdiende voor de gruwelijke moord die ze dertig jaar geleden als achttienjarig meisje pleegde. Dit gaat over wat wij, als mensen, elkaar aandoen onder het mom van de wet.
Denk aan de moeder van het slachtoffer, Colleen. Ze zit daar al dertig jaar op te wachten. Ze wilde gerechtigheid. Ze wilde dat de horror eindelijk zou stoppen. In plaats daarvan krijgt ze een mislukt medisch experiment voorgeschoteld. Ze moet toekijken hoe de moordenares van haar dochter urenlang ligt te stikken, te snurken en te vechten voor haar adem, om uiteindelijk met een haperende hartslag in een ambulance te worden afgevoerd. Geen afsluiting. Alleen maar nieuwe, ranzige beelden op haar netvlies.
En denk aan die cipier. De man die de opdracht kreeg om de hendel over te halen of de spuit in te drukken. Hij deed “gewoon zijn werk”. Maar gisterenavond werkte het systeem niet. Hij moest seconden later een tweede dosis gaan halen. Hij moest toekijken hoe zijn handeling een mens niet liet inslapen, maar urenlang liet creperen. Die man is gitzwart vanbinnen als hij naar huis rijdt. Hij wast zijn handen bij de keukenkraan en kijkt in de spiegel. Hij weet: ik heb geprobeerd iemand te doden, het is mislukt, en ik hoor dat gesnurk de rest van mijn leven in mijn dromen.
En Christa zelf? Ze wist dat ze ging sterven. Ze sprak haar laatste woorden uit: “Ik verlaat deze wereld vol liefde.” Ze kneep haar ogen dicht en wachtte op de klap. Die klap kwam niet. Wel de brandende pijn. Wel het urenlange vagevuur waarin je eigen cellen kapotgaan, maar je hart blijft weigeren te stoppen. Het absolute toppunt van psychische terreur is dat je wakker wordt in een ziekenhuisbed en beseft dat je je eigen executie hebt overleefd.
Als we de doodstraf zo klinisch en steriel proberen te maken, doen we dat vooral om ons eigen geweten te sussen. Zodat het niet op moord lijkt. Maar gisterenavond scheurde die illusie aan stukken. Wat overbleef was pure, middeleeuwse barbarij onder een flikkerende tl-balk. En iedereen die erbij was, is voor het leven besmet.
Foto: De politiefoto (mugshot) van Christa Pike, genomen door de politie van Knoxville in 1995 vlak na haar arrestatie op 18-jarige leeftijd.