Zoute bronnen en zieke miljarden

Woorden zijn de bouwstenen waarmee we de werkelijkheid vormgeven. Die is van Ludwig Wittgenstein. En hij had volkomen gelijk. Woorden bepalen niet alleen hoe we naar de wereld kijken, maar vooral wat we normaal zijn gaan vinden. Neem nou dat eeuwige publieke debat over de groeiende kloof tussen arm en rijk. Keer op keer stuiten we op dezelfde vermoeiende tegenstelling: de "miljonair", vaak vermomd onder...

Lees verder

Het bloedende lichaam van Adam 

Soms vreet een beeld zich vast in je hoofd. Neem die foto uit Little Rock, 1957. Een vijftienjarig zwart meisje loopt door een muur van pure haat. Achter haar briest een witte vrouw de longen uit haar lijf, haar gezicht misvormd door woede. We kijken graag naar die zwart-witfoto met een comfortabel soort superioriteit. Wij zijn nu beter, sussen we ons geweten. We geloven de...

Lees verder

De onzichtbare code V: De loyaliteits-omerta

Je bent erdoorheen gekomen. Je hebt de tergende routine van de sollicitatiecarrousel overleefd, de netwerk-transacties genegeerd en je zat aan tafel. Maar dan begint de laatste en misschien wel meest destructieve code: de loyaliteits-omerta. In de top heerst een ongeschreven wet: we beschermen de club. Punt. Wie die code niet spreekt, merkt snel genoeg dat kritisch meedenken leuk is voor het jaarverslag, maar in de...

Lees verder

De onzichtbare code IV: Het zwaargewicht

In de wandelgangen van de macht valt de term te pas en te onpas: men zoekt een zwaargewicht. Het klinkt indrukwekkend, als een belofte van stabiliteit en wijsheid. Maar na veertig jaar de mechanismen van de top te hebben geobserveerd, stel ik mezelf de vraag: waarin wordt dat gewicht eigenlijk gemeten? Is het de diepgang van het karakter, of is het slechts de massa van...

Lees verder

De achterkant van de liefde

Gisteren zag ik weer zo’n zwart-witfoto op mijn tijdlijn. Een naam in de krant van iemand die ik nooit heb gekend. Nooit gesproken, nooit ontmoet. En toch: die plotselinge, misselijkmakende steek in mijn borst. Het is een vreemd soort rouw, die melancholie om een vreemde. Misschien huil ik niet eens om die ander, maar om ons allemaal. Het is de naakte confrontatie met het grote...

Lees verder

Rumi in de barbecuetang

Hij staat in zijn voortuin, met zijn handen diep in de zakken van een driekwartbroek. Zijn blik rust op de straat. Niet zomaar een blik, maar de soevereine blik van een landheer die zijn landerijen inspecteert. Zijn huid heeft de exacte kleur van een tartaartje dat net iets te lang in de zon heeft gelegen. Zijn stamboom, zo vermoedt hij, loopt in één rechte, ononderbroken...

Lees verder

Het grote nationale hitteschild

En toch. Juist als je denkt dat de bodem is bereikt, wordt de vloeibare vrucht van het eigen onderbuikbrein niet eens helemaal omarmd door de hardwerkende vaderlander. Je koopt braaf een ticket, je trekt je jas aan, en sluit aan bij een bende fanatieke fakkeldragers. Samen luidkeels scanderen dat álle harigen over één kam moeten. Terwijl de kapper niet eens een tondeuse vasthoudt. Je bent...

Lees verder

Slapen met mijn naam op hun lippen

Het kruipt in je kleren. Het is de blik die net te lang blijft hangen bij de koffieautomaat, de subtiele verandering in de ademhaling van een ruimte zodra je binnenstapt, of die plotselinge stilte aan een tafel. Vroeger dacht ik dat haat exclusief was. Een intiem bezit waarvoor je een geschiedenis moest delen. Je moest een grens overschrijden of elkaar kapotgemaakt hebben om oprechte vijandigheid...

Lees verder

Het privilege van de smerige vluchteling

Komt er een nieuwe groep asielzoekers aan in een opvangcentrum, dan weet je één ding zeker: de tijdlijnen op social media stromen vol met ingezoomde screenshots. Geen foto's van de ellendige modder in Ter Apel, kille sporthallen of van kinderen die letterlijk gehurkt onder een paraplu in de stromende regen zitten, maar van gezichten. En de teksten erbij druipen van het cynisme: "Kijk eens naar...

Lees verder

Van de apotheek tot Ter Apel, neem er zelf één in huis!

Wanneer het gesprek aan de keukentafel of op sociale media schuurt over asielzoekerscentra, rolt er steevast één zin over het digitale asfalt: "Als je ze zo graag wilt helpen, neem er dan zelf één in huis." Dit is de ultieme Nederlandse retorische dooddoener. Een zin die wordt gelanceerd met de triomfantelijke blik van iemand die zojuist een schaakmat heeft uitgedacht. Maar wie de moeite neemt...

Lees verder