Hij staat in zijn voortuin, met zijn handen diep in de zakken van een driekwartbroek. Zijn blik rust op de straat. Niet zomaar een blik, maar de soevereine blik van een landheer die zijn landerijen inspecteert. Zijn huid heeft de exacte kleur van een tartaartje dat net iets te lang in de zon heeft gelegen. Zijn stamboom, zo vermoedt hij, loopt in één rechte, ononderbroken...
Lees verder